Resultaat van uw zoekopdracht (lijst)

Alle foto's. (foto 4177 t/m 4185 van 5620 op 625 pagina's)
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0400
Titel: Haven
Locatie: Alblasserdam, Zuiderstek 2952AZ
Beschrijving: De haven vanaf de sluis gezien. Het Zuiderstek links met de machinefabriek van der Lee en de korenmolen "De Hoop".
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0401
Titel: Havengezicht
Locatie: Alblasserdam, Zuiderstek 2952AZ
Beschrijving: De haven vanaf de sluis gezien. Het Zuiderstek links met de Alblasserdamse Machinefabriek (van der Lee) en de korenmolen "De Hoop". Rechts de "Oude Werf" van Cornelis Smit, met op de achtergrond de houtzaagmolen "Ons Genoegen".
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0402
Titel: Haven
Locatie: Alblasserdam, Zuiderstek 2952AZ
Beschrijving: De haven vanaf de sluis gezien. Het Zuiderstek links met de Alblasserdamse Machinefabriek (van der Lee) en de korenmolen "De Hoop". Rechts een stukje van de "Oude Werf" van Cornelis Smit.
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0403
Titel: Haven
Locatie: Alblasserdam, Zuiderstek 2952AZ
Beschrijving: De haven vanaf de sluis gezien. Het Zuiderstek links met de machinefabriek van der Lee.
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0404
Titel: Het Stek
Locatie: Alblasserdam, Zuiderstek 2952AZ
Beschrijving: De haven vanaf de sluis gezien. Het Zuiderstek links.
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0405
Titel: Haven
Locatie: Alblasserdam, Noorderstek 2951GF
Beschrijving: De haven, Het Stoep en sluis, gezien vanaf het Zuiderstek. We kijken tegen het gebombardeerde gedeelte van de Dam en Het stoep. De Sluis met het sluiswachtershuisje. Aan de overkant het Waardhuis. Links de sigarenwinkel van Gaal op de hoek Dam en Het Stoep, later Textiel en modehuis Adriaan Verhoeff, die op dat moment in de woning er naast woonde. In de rij woningen woonden in 1936: - de hoek B 388, Marinus van Es - B 387 Fam Jongkind. - B 386 Fam. J. Bas - B 385 Fam. A. Rietveld - B 384 de winkel waar M. van Es zijn tabaksartkelen verkocht - B 383 de winkel van J. Gaal, later verhuurd/verkocht aan A. Verhoeff die met een dochter van M. van Es is getrouwd. A, Vehoeff hjet pand B 383 beschikbaar kreeg begon hij in de panden B383 en B384 een Textiel en Modehuis. Zie blad 241 ev van Alblasserdamse Winkels en Bedrijven.
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0407
Titel: Sluisgezicht met Haven.
Locatie: Alblasserdam
Beschrijving: De haven, Het Stoep en sluis, gezien met een deel van het Zuiderstek. We kijken tegen het gebombardeerde gedeelte van de Dam en Het stoep. De Sluis met het sluiswachtershuisje. Aan de overkant het Waardhuis. Links de sigarenwinkel van Gaal op de hoek Dam en Het Stoep, later Textiel en modehuis Adriaan Verhoeff, die op dat moment in de woning er naast woonde. In de rij woningen woonden in 1936: - de hoek B 388, Marinus van Es - B 387 Fam Jongkind. - B 386 Fam. J. Bas - B 385 Fam. A. Rietveld - B 384 de winkel waar M. van Es zijn tabaksartkelen verkocht - B 383 de winkel van J. Gaal, later verhuurd/verkocht aan A. Verhoeff die met een dochter van M. van Es is getrouwd. A, Vehoeff hjet pand B 383 beschikbaar kreeg begon hij in de panden B383 en B384 een Textiel en Modehuis. Zie blad 241 ev van Alblasserdamse Winkels en Bedrijven.
Afkomst: foto albums Cees van de Laan
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0408
Titel: Hof Souburg
Locatie: Alblasserdam, Kortland 2954LC
Beschrijving: Kortland 51 Deze foto van het hof Souburg brengt weer een aardig stukje geschiedenis met zich mee. Ir. P. Boersma vertelt hierover in zijn boek dat de heer Nicolaas van Souburg, telg uit een Zeeuws geslacht, het hoge ambt van Baljuw van Zuid-Holland bekleedde en reeds in 1275 belangen in Holland had. In het laatste kwart der dertiende eeuw nestelde hij zich in deze stre­ken. In mei 1280 verkreeg hij van het Kapittel van St. Marie te Utrecht de tienden van Blokweer en het gedeelte tus­sen de twee dijken van Alblas en Vinkenland. Op 24 september 1280 kocht hij van Dirk van Teijlingen het gehele ambacht van Alblas, dat wil zeggen Alblasserdam en Oud-Alblas tezamen. Het is niet bewezen, doch wel denkbaar dat deze Nico­laas van Souburg of een van zijn nakomelingen binnen de middelste meander (sterke kronkeling in een rivier) van de toen nog open Alblas een burcht stichtte of wel­licht verbouwde. Die burcht werd bekend als het Hof te Souburg, welke naam nog heden ten dage gedragen wordt. De Alblas werd bij Alblasserdam afgedamd en daardoor ontwikkelden zich de bij het Hof te Souburg behorende gronden tot een polder. Krachtens handvest van Aelbrecht van Beieren van 11 november 1391 moest deze inpoldering voor 4 morgen bijdragen in het Nieuwe Wa­terschap, dat thans opgelost is in de Nederwaard. Die vier morgen (oude landmaat van meestal ongeveer 0,85 ha) stonden en bleven sedert eeuwen bekend als de Hendrik Jongenoord, blijkens het archief van de Heer­lijkheid Alblasserdam, dat zich nu in het rijksarchief bevindt. In latere jaren werd het ingepolderde gedeelte uitgebreid en namen de niet ingepolderde boezemlanden, waaronder ook het huis zelf, in dezelfde mate in omvang af. Thans beslaat het poldertje, met inbegrip van zijn ringkade, een oppervlakte van ruim 32 ha, terwijl die van de niet inge­polderde delen ruim 3 ha bedraagt. Ten behoeve van de afwatering kreeg de polder in 1860 een ronde polder­molen met ijzeren scheprad, welke molen thans buiten werking is. Er is een codicil van 1620 van Anna Cobel, Vrouwe van Alblasserdam, waarin deze de hofstee en de landen van Souburg aan haar nicht Jenne Maria Doubleth verkoopt. In 1735 wordt het geheel publiek in Rotterdam verkocht en de nieuwe eigenaar wordt dan Ruben van Hoven. In 1753 blijkt er weer een nieuwe eigenaar te zijn, nl. Jean Gijsberto de Meij, Heer van Nieuw-Lekkerland en Streef kerk. Deze krijgt het in dat jaar met de schout, Leendert Pijl aan de stok, wat op een proces uitloopt tot voor de Hoge Raad van Holland. Voor de schepenen (het vroegere gemeentebestuur van Alblasserdam verschijnen nl. de 76 jaar oude Schout Leen­dert Pijl, samen met Adriaan van den Acker en Pieter Muls, die de schepenen vertellen dat zij op 25 mei 1753 bij Souburg zetangels en ander vistuig hebben gezien, terwijl de Heer van Nieuw-Lekkerland met de hengel stond te vissen. Na deze vriendelijk gegroet te hebben, vroeg de schout aan wie het visgerei toebehoorde. De Heer de Meij wees zichzelf aan als bezitter, waarop de Schout de "fleuren" in beslag nam. De eigenaar van Sou­burg riep toen zijn personeel, waarop Hendrik de huis­knecht, Egbert de koetsier en de tuinman Hendrik Stapelberg aan kwamen lopen. Onder vreselijk vloeken gelast de Heer Van Meij zijn personeel om de Schout te slaan. "Slaat den diender op zijn kop" zo riep hij zijn knechten toe. Deze gingen in het schuitje waarin de Schout en de beide anderen gezeten waren en sloegen de Schout met stokken, riemen en een zweep. De Schout sprak tegen de Heer van Nieuw-Lekkerland en Streef­kerk zijn verwondering erover uit, dat deze een grijs­aard zo minderwaardig behandelde, waarop de laatste antwoordde dat het een volgende keer nog erger zou af­lopen. Voor de schepenen verklaart de Schout nooit anders ge­hoord te hebben dan dat de Heeren van Alblasserdam het visrecht op de Alblas hadden. Ambachtsheer van Alblasserdam was toen Nicolaas Frederick Boogaart, oud-burgemeester van Delft. Op 9 oktober 1753 wordt Heer de Meij voor de Hoge Raad van Holland gedaagd. Bij monde van zijn advocaat verklaart hij als eigenaar van de hofstede Souburg het recht te hebben in dat deel van de Alblas te vissen dat zich vóór Souburg bevindt, en wel omdat Souburg vroe­ger een afhankelijk goed van de Ambachtsheerlijkheid Alblasserdam was. Sedert oude tijden oefenen zijn voor­gangers dit recht uit. De procureur van de Ambachtsheer van Alblasserdam heeft enkele oude documenten bestu­deerd en in die van 1447 en 1582 wordt visserij in de Alblas uitdrukkelijk als heerlijkheidrecht genoemd. Op 22 december 1753 beslist de Hoge Raad ten gunste van de Heer van Alblasserdam, die overweegt schade­vergoeding te eisen voor het gepleegde inbreuk op het visserijrecht. Dit geschiedt, maar de advocaat van de Heer van Souburg wenst een schikking te treffen en ter vergoeding van de schade een som van tien gulden en tien stuivers te betalen. In een brief aan de Ambachts­heer raadt de procureur de Bije hem aan overleg te plegen met de heer Pijl, opdat deze middelen zou aan­wijzen om de hoon en smaad, de vader van de heer Pijl aangedaan, het best te "repareren". In 1797 blijkt de hofstede opnieuw van eigenaar te zijn veranderd. In een belastingkohier van dat jaar wordt als bebouwing in het Kortland 2 woningen opgegeven, als­mede Hof Souburg met boerderij en tuinmanshuis. Hiervan is de omschrijving in genoemd kohier: 1. Herenhuis, genaamd Souburg met stal en koetshuis "Den Eygenaer Heren van Hoven, woont tot Oudewater". 2. Hierbij hoort ook een "bouwhuis"en schuurtje, waar­van de bewoners korporaal Bastiaan Dirksz met vrouw en kinderen zijn. In het tuinmanshuis woont tuinder Gerrit Puythaez.
Afkomst: Foto albums Cees van der Laan 4.58.1
Foto van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard
Fotonummer: B0410
Titel: Hof Souburg
Locatie: Alblasserdam, Kortland 2954LC
Beschrijving: Kortland 51 Deze foto van het hof Souburg brengt weer een aardig stukje geschiedenis met zich mee. Ir. P. Boersma vertelt hierover in zijn boek dat de heer Nicolaas van Souburg, telg uit een Zeeuws geslacht, het hoge ambt van Baljuw van Zuid-Holland bekleedde en reeds in 1275 belangen in Holland had. In het laatste kwart der dertiende eeuw nestelde hij zich in deze stre­ken. In mei 1280 verkreeg hij van het Kapittel van St. Marie te Utrecht de tienden van Blokweer en het gedeelte tus­sen de twee dijken van Alblas en Vinkenland. Op 24 september 1280 kocht hij van Dirk van Teijlingen het gehele ambacht van Alblas, dat wil zeggen Alblasserdam en Oud-Alblas tezamen. Het is niet bewezen, doch wel denkbaar dat deze Nico­laas van Souburg of een van zijn nakomelingen binnen de middelste meander (sterke kronkeling in een rivier) van de toen nog open Alblas een burcht stichtte of wel­licht verbouwde. Die burcht werd bekend als het Hof te Souburg, welke naam nog heden ten dage gedragen wordt. De Alblas werd bij Alblasserdam afgedamd en daardoor ontwikkelden zich de bij het Hof te Souburg behorende gronden tot een polder. Krachtens handvest van Aelbrecht van Beieren van 11 november 1391 moest deze inpoldering voor 4 morgen bijdragen in het Nieuwe Wa­terschap, dat thans opgelost is in de Nederwaard. Die vier morgen (oude landmaat van meestal ongeveer 0,85 ha) stonden en bleven sedert eeuwen bekend als de Hendrik Jongenoord, blijkens het archief van de Heer­lijkheid Alblasserdam, dat zich nu in het rijksarchief bevindt. In latere jaren werd het ingepolderde gedeelte uitgebreid en namen de niet ingepolderde boezemlanden, waaronder ook het huis zelf, in dezelfde mate in omvang af. Thans beslaat het poldertje, met inbegrip van zijn ringkade, een oppervlakte van ruim 32 ha, terwijl die van de niet inge­polderde delen ruim 3 ha bedraagt. Ten behoeve van de afwatering kreeg de polder in 1860 een ronde polder­molen met ijzeren scheprad, welke molen thans buiten werking is. Er is een codicil van 1620 van Anna Cobel, Vrouwe van Alblasserdam, waarin deze de hofstee en de landen van Souburg aan haar nicht Jenne Maria Doubleth verkoopt. In 1735 wordt het geheel publiek in Rotterdam verkocht en de nieuwe eigenaar wordt dan Ruben van Hoven. In 1753 blijkt er weer een nieuwe eigenaar te zijn, nl. Jean Gijsberto de Meij, Heer van Nieuw-Lekkerland en Streef kerk. Deze krijgt het in dat jaar met de schout, Leendert Pijl aan de stok, wat op een proces uitloopt tot voor de Hoge Raad van Holland. Voor de schepenen (het vroegere gemeentebestuur van Alblasserdam verschijnen nl. de 76 jaar oude Schout Leen­dert Pijl, samen met Adriaan van den Acker en Pieter Muls, die de schepenen vertellen dat zij op 25 mei 1753 bij Souburg zetangels en ander vistuig hebben gezien, terwijl de Heer van Nieuw-Lekkerland met de hengel stond te vissen. Na deze vriendelijk gegroet te hebben, vroeg de schout aan wie het visgerei toebehoorde. De Heer de Meij wees zichzelf aan als bezitter, waarop de Schout de "fleuren" in beslag nam. De eigenaar van Sou­burg riep toen zijn personeel, waarop Hendrik de huis­knecht, Egbert de koetsier en de tuinman Hendrik Stapelberg aan kwamen lopen. Onder vreselijk vloeken gelast de Heer Van Meij zijn personeel om de Schout te slaan. "Slaat den diender op zijn kop" zo riep hij zijn knechten toe. Deze gingen in het schuitje waarin de Schout en de beide anderen gezeten waren en sloegen de Schout met stokken, riemen en een zweep. De Schout sprak tegen de Heer van Nieuw-Lekkerland en Streef­kerk zijn verwondering erover uit, dat deze een grijs­aard zo minderwaardig behandelde, waarop de laatste antwoordde dat het een volgende keer nog erger zou af­lopen. Voor de schepenen verklaart de Schout nooit anders ge­hoord te hebben dan dat de Heeren van Alblasserdam het visrecht op de Alblas hadden. Ambachtsheer van Alblasserdam was toen Nicolaas Frederick Boogaart, oud-burgemeester van Delft. Op 9 oktober 1753 wordt Heer de Meij voor de Hoge Raad van Holland gedaagd. Bij monde van zijn advocaat verklaart hij als eigenaar van de hofstede Souburg het recht te hebben in dat deel van de Alblas te vissen dat zich vóór Souburg bevindt, en wel omdat Souburg vroe­ger een afhankelijk goed van de Ambachtsheerlijkheid Alblasserdam was. Sedert oude tijden oefenen zijn voor­gangers dit recht uit. De procureur van de Ambachtsheer van Alblasserdam heeft enkele oude documenten bestu­deerd en in die van 1447 en 1582 wordt visserij in de Alblas uitdrukkelijk als heerlijkheidrecht genoemd. Op 22 december 1753 beslist de Hoge Raad ten gunste van de Heer van Alblasserdam, die overweegt schade­vergoeding te eisen voor het gepleegde inbreuk op het visserijrecht. Dit geschiedt, maar de advocaat van de Heer van Souburg wenst een schikking te treffen en ter vergoeding van de schade een som van tien gulden en tien stuivers te betalen. In een brief aan de Ambachts­heer raadt de procureur de Bije hem aan overleg te plegen met de heer Pijl, opdat deze middelen zou aan­wijzen om de hoon en smaad, de vader van de heer Pijl aangedaan, het best te "repareren". In 1797 blijkt de hofstede opnieuw van eigenaar te zijn veranderd. In een belastingkohier van dat jaar wordt als bebouwing in het Kortland 2 woningen opgegeven, als­mede Hof Souburg met boerderij en tuinmanshuis. Hiervan is de omschrijving in genoemd kohier: 1. Herenhuis, genaamd Souburg met stal en koetshuis "Den Eygenaer Heren van Hoven, woont tot Oudewater". 2. Hierbij hoort ook een "bouwhuis"en schuurtje, waar­van de bewoners korporaal Bastiaan Dirksz met vrouw en kinderen zijn. In het tuinmanshuis woont tuinder Gerrit Puythaez.
Afkomst: Foto albums Cees van der Laan 4.60.1

 

Deelnemer gegevens